Bloedonderzoek

Bloedonderzoek in de zwangerschap is erg belangrijk. Tijdens de eerste controle nemen we drie buisjes bloed af, dit bloed wordt voor onderzoek naar het Orbis Medisch Centrum gestuurd. Bij het standaard bloedonderzoek wordt je bloed onderzocht op de volgende dingen:

• Bloedgroep en rhesusfactor
• Hemoglobinegehalte en MCV
• Irregulaire antistoffen
• Syfillis (lues)
• Hepatitis B
• Rubella
• HIV

Bloedgroep
Het is belangrijk om je bloedgroep te weten voor het geval dat je na de zwangerschap een bloedtransfusie nodig hebt. De rhesusfactor is een stof die in het bloed aanwezig kan zijn. Of dit het geval is, is erfelijk bepaald. Heb je deze stof in je bloed dan ben je rhesus positief. Heb je de stof niet, dan ben je rhesus negatief. Van alle vrouwen in Nederland is ongeveer 84% rhesus positief en 16% is negatief. Ben jij rhesus negatief en is je baby rhesus positief, dan is er extra aandacht nodig om complicaties te voorkomen. Daarom worden alle vrouwen die rhesus negatief zijn extra gecontroleerd: bij 30 weken zwangerschap nemen we bloed af om te controleren of er geen antistoffen in jouw bloed aanwezig zijn. Op het moment dat je tijdens de zwangerschap of tijdens de bevalling een beetje bloed van je kind in je eigen bloedbaan krijgt, krijg jij rhesusstoffen van je kind. Jouw lichaam herkent deze stof niet en dat betekent dat jouw lichaam antistoffen kan gaan aanmaken. Ben je rhesusnegatief en voor de eerste keer zwanger, dan krijg je een beschermende injectie met anti-D immunoglobulinen bij 30 weken. Deze injectie zorgt ervoor dat de kans nog kleiner wordt dat je lichaam zelf antistoffen aan gaat maken. Na de bevalling wordt het navelstrengbloed van de baby gecontroleerd om de rhesusfactor van het kindje te bepalen. Is het kind rhesus negatief, dan gebeurt er niets meer. Is het kind rhesus positief, dan krijgt de moeder nogmaals dezelfde injectie ter bescherming voor een eventuele volgende zwangerschap.

Irregulaire antistoffen
Er bestaat een kans dat je lichaam antistoffen aanmaakt. Deze antistoffen ontwikkelen zich tijdens een zwangerschap of na een bloedtransfusie. Sommige van deze antistoffen kunnen de gezondheid van je baby schaden. Als deze antistoffen in je bloed worden gevonden wordt het bloed verder onderzocht om na te gaan om welke antistof het precies gaat. Mocht het nodig zijn dan word je voor verder onderzoek doorverwezen.

Hemoglobine/IJzergehalte
Door middel van het meten van het ijzergehalte in het bloed wordt nagegaan of je bloedarmoede hebt. Dit onderzoek kan afhankelijk van de hoogte van het ijzergehalte verschillende keren in de zwangerschap gedaan worden. Dit gebeurt standaard met het algemene bloedonderzoek aan het begin van je zwangerschap en later nog een keer door een vingerprik bij 30 weken zwangerschap. Bloedarmoede is goed te behandelen en is niet schadelijk voor het kind.

Hepatitis B
Hepatitis B is een infectie van de lever veroorzaakt door het hepatitis B virus. De ziekte wordt overgedragen via seksueel contact of via bloedcontact met wondjes of slijmvliezen. Hierbij wordt de lever (soms blijvend) aangetast en dat maakt het een gevaarlijke ziekte. De meeste mensen hebben een goed afweersysteem waardoor ze weer helemaal genezen, maar een aantal mensen houdt het virus voor altijd bij zich. Deze mensen worden "dragers van het hepatitis B virus" genoemd en blijven besmettelijk. Ook een zwangere kan drager zijn en zo onbedoeld haar kind besmetten. Tijdens de zwangerschap kan het virus het kindje geen kwaad doen, maar na de geboorte wel. Daarom testen we alle zwangeren in Nederland op aanwezigheid van het hepatitis B virus, zodat besmette kinderen direct na de geboorte kunnen worden ingeënt, waardoor ze niet ziek worden.

Lues
Lues, ook wel syfilis genoemd, is een seksueel overdraagbare aandoening (SOA). Pas na twee tot vier weken na de besmetting is het voor het eerst merkbaar door een zweertje bij de schaamstreek of soms bij de mond. Na een paar weken verdwijnt het zweertje weer, waardoor het lijkt alsof de ziekte is genezen, maar dat is niet zo! Deze ziekte blijf je bij je dragen en is daardoor ook besmettelijk. In de zwangerschap kan ook je kind besmet raken. Daarom moet de ziekte zo vroeg mogelijk ontdekt en behandeld worden. Indien uit het bloedonderzoek blijkt dat je lues zou hebben, dan neemt de gynaecoloog de zorg voor je zwangerschap van ons over. Hij of zij zal dan de verdere behandeling met je bespreken.

HIV
HIV is het virus dat AIDS kan veroorzaken, een (dodelijke) ziekte die het afweersysteem aantast. HIV is een seksueel overdraagbare aandoening (SOA), maar kan ook door bloedcontact worden overgebracht. Indien je HIV positief bent (het virus is dan aantoonbaar in je bloed aanwezig) dan kun je ook je kindje besmetten tijdens de zwangerschap, de bevalling en/of daarna. Het is dan ook van groot belang om te weten dat je HIV positief bent, zodat je medicijnen kunt gaan gebruiken. Deze medicijnen zorgen ervoor de hoeveelheid virus in het bloed zo laag mogelijk te houden, waardoor de kans op besmetting een heel stuk kleiner wordt. De gynaecoloog zal dan samen met een HIV verpleegkundige je zwangerschap begeleiden.

Rubella (rode hond)
Rubella is een infectieziekte. Meestal heb je deze ziekte als kind gehad of ben je gevaccineerd hiertegen. Dan ben je voor de rest van je leven beschermd tegen deze ziekte. Als blijkt dat dit niet het geval is, is extra voorzichtigheid geboden tijdens de zwangerschap. Wij raden je aan om je dan na de zwangerschap alsnog te laten vaccineren.